Alles over Groningen? Groningen, gids voor cultuur en landschapnaar profiel.nl
400 jaar Pekela de meest strijdvaardige gemeente van de Veenkoloniën
Voorwoord

‘Hol voart derin’ zegt men in Pekela. Dat geldt voor alle Pekelders, zelfs de allereersten. Die bivakkeerden in tenten of hutten ver voor er sprake was van Veenkoloniën. Zij leefden in de zogenaamde Midden steentijd. Vooral de vindplaats NP3 leverde tal van haardkuilen, pijlpuntjes, krabbertjes en schrabbertjes op. Zo werd de geschiedenis van Pekela aan het eind van de twintigste eeuw met duizenden jaren verlengd. Bij de picknickplaats in het buurtschapje Hoetmansmeer in Boven Pekela, genoemd naar een verdwenen veenplas, is een gedenkteken geplaatst. Geen recreant kan aan de reusachtige vuistbijl voorbijkijken. Ze is een creatie van de Franse beeldhouwer Dimphi Hombergen. Een in het oog springend eerbetoon aan de archeologen, die zo inventief waren om de jagers en voedselverzamelaars van vóór de veenvorming op het spoor te komen. Alleen die vuistbijl... Daar hebben de allervroegste Pekelders nooit weet van gehad. Hij hoort bij de eerste boeren uit de zogenaamde Nieuwe steentijd. Maar uitgerekend in die tijd was menselijk leven in Pré-Pekela onmogelijk. Zo’n tienduizend jaar geleden werd het natter en natter, de jagers en voedselverzamelaars
meden hun oude jachtgebied. Het gebied raakte ontvolkt. Het veen ontstond, de zompige bodem werd
woest en ledig. Eerst in de Middeleeuwen kwamen er nieuwe bewoners. Maar toen was de tijd van de eerste boeren en de vuistbijlen al lang voorbij.

Toch is Pekela niet zozeer bekend door wat zich er in de prehistorie heeft afgespeeld. Veel meer naam heeft de plaats gemaakt als eerste veenkolonie in het eens uitgestrekte en eenzame Bourtanger Moor. Met het begin van de systematische vervening van dit gebied in 1599 laten de historici de geschiedenis van de Gronings-Drentse Veenkoloniën aanvangen. In de loop der jaren kwamen er steeds meer arbeiders, boeren en schippers naar de Veenkoloniën om te profiteren van de nieuwe turfhandel. Ook de scheepvaart en de industrie bloeiden op dankzij de nieuwe economische activiteit. Het eens zo afgelegen en onherbergzame gebied werd langzaam maar zeker veranderd in een gebied waar landbouw, handel en scheepvaart voor nieuwe welvaart zorgden. De geschiedenis van Pekela is een exacte weergave van dit beeld. In de zeventiende en achttiende eeuw werd er druk verveend, legde men kanalen en wijken aan en
bloeide de scheepvaart. In de negentiende eeuw namen de landbouw en de industrie de plaats van de vervening in. In Nieuwe Pekela lag de nadruk op de landbouw, maar vanaf 1875 werd in Oude Pekela gewerkt in een industrie die nieuwe welvaart bracht.
De fabricage van strokarton, een goedkoop verpakkingsmiddel, zou een eeuw lang talloze Pekelders werk geven. De geschiedenis van Pekela gedurende de laatste eeuw is bijzonder enerverend. Aan de bestaanszekerheid van de inwoners werd hevig getornd toen twee van de pijlers waarop ze rustte, de landbouw en de strokartonindustrie, scheuren begonnen te vertonen. Het beeld van Oost- Groningen, met misschien wel de Pekela’s voorop, werd vooral na de Tweede Wereldoorlog in hoge mate bepaald door de arbeidsonrust en de stinkende kanalen. Het antwoord van de overheid op veel van de knelpunten was de Herinrichting Groningse en Drentse Veenkoloniën.

Aan het begin van de 21e eeuw is het dan ook de moeite waard eens om te zien naar het verleden van de meest strijdvaardige gemeente van de Veenkoloniën. De redactie hoopt de lezer die blik in de historie te bieden. Zij dankt de auteurs drs. Jan Molema, drs. Jikke van der Spek en vooral dr. Gerben de Vries (die het leeuwendeel voor zijn rekening heeft genomen) voor hun onderzoek. Erkentelijkheid gaat ook uit naar de schrijvers van de literaire impressies, de medewerkers van het Veenkoloniaal Museum en van de gemeente Pekela, met name Jannie Lingbeek, David van Dijk en Gerard Brunink voor hun
bereidwilligheid aan de totstandkoming van dit boek mee te werken.
Redactie
Deze site is ontwikkeld door printmedia