Woord vooraf
Monumenten zijn in de letterlijke betekenis gedenktekens.
Om onze vaderlandse geschiedenis levendig te houden worden van tijd tot tijd monumenten opgericht. Ze zijn vaak bedoeld om deze of gene te eren. Veelal hebben deze monumenten ook een waarschuwende betekenis. Ik denk daarbij aan oorlogsmonumenten. Naast medeleven geven we lucht aan onze gevoelens van opluchting en zorg. Dat nooit weer. Of monumenten daartoe werkelijk kunnen bijdragen is nog maar de vraag.
Heel anders is het gesteld met onze Rijksmonumenten in de gemeente. De gedachte die daarbij als eerste in ons opkomt is die van beschermen en in het verlengde daarvan wie betaalt dat. De gemeente Loppersum kent vele bouwwerken die het beschermen en bewaren waard zijn. Het betreft panden en objecten met historische kenmerken, met een unieke functie of panden die we op hun plaats gewoon mooi vinden. Zij maken deel uit van ons culturele erfgoed en elke generatie laat zijn eigen sporen na. Met het in goede staat houden van wat we willen bewaren zijn veel middelen gemoeid. Van eigenaren en van de overheid. Daarnaast voegen we nog elke dag monumenten voor volgende generaties toe. Het is daarom niet mogelijk om alles te bewaren.
In de voorbije jaren is in samenwerking tussen de gemeenten en het rijk een zorgvuldige selectie gemaakt van objecten die de status van Rijksmonument verdienen. Objecten die beschermd en bewaard moeten blijven, omdat ze uniek zijn voor hun tijd, hun stijl of oorspronkelijke functie. De zorgvuldige selectie heeft gelukkig niet kunnen verhinderen, dat de gemeente Loppersum een groot aantal Rijksmonumenten telt. Monumenten die allen iets vertellen over de geschiedenis van de dorpen in de gemeente Loppersum en hun inwoners door de jaren heen. Een geschiedenis die ons iets leert over ons zelf en die we willen overdragen op toekomstige
generaties. In de gemeente Loppersum zijn veel mensen en organisaties actief bezig met het in beeld
brengen van de cultuurhistorie. Het maakt duidelijk dat steeds meer mensen geboeid zijn door het eigen culturele erfgoed.Het valt mij op dat de periode van de 20ste naar de 21ste eeuw wordt gekenmerkt door een zeer grote aandacht voor zaken uit het verleden. Stamboomonderzoek neemt een ongekende vlucht en ook de aandacht voor archeologie en aanverwante zaken neemt nog steeds toe. Klassiek zijn de rugstreeppadjes die de maatschappij in hun greep kunnen krijgen, maar ook een bodemvondst van een bouwwerk uit een ver verleden kan menig ontwikkelaar kopzorgengeven. Toch is dat alles natuurlijk positief bedoeld want deze aandacht voor ons verleden maakt dat wij beter zijn toegerust voor de toekomst, indachtig de uitdrukking dat hij die zijn verleden niet kent geen toekomst heeft. In dat verband is het boek dat voor u ligt een grote aanwinst.
Een boek dat voor het eerst de in de gemeente Loppersum aanwezige Rijksmonumenten bijeen brengt. Een boek dat een belangrijk aspect van de cultuurhistorie van Loppersum in beeld brengt en overdraagt aan belangstellenden binnen en buiten de gemeente. Een boek dat daarom ook zelf het bewaren meer dan waard is. Ik ben mevrouw Pastoor, de samensteller van dit boekje, bijzonder erkentelijk voor de zorgvuldige
en deskundige wijze waarop zij de Rijksmonumenten in de gemeente Loppersum geheel op eigen initiatief voor het voetlicht brengt. Ik ben verguld dat ik daar mijn korte voorwoord aan toe mag voegen.
Ik hoop dat het u als lezer inspireert om het voorbeeld van mevrouw Pastoor te volgen en de in het boekje beschreven monumenten in onze gemeente eens van dichtbij of met een geheel nieuwe blik te bekijken.
Jan de Heer, wethouder VROM |