Alles over Groningen? Groningen, gids voor cultuur en landschapnaar profiel.nl
Dorpshistorie, mijn liefste studie
Voorwoord

...zoveel langer als mogelijk is....
Verpozen is geen neutraal woord. Hoe dat 80 of 100 jaar geleden zat, is moeilijker na te gaan dan voor de eigen tijd, want tegenwoordig kunnen we heel makkelijk in grotere tekstbestanden zoeken naar bewijsplaatsen. Zelfs complete jaargangen van kranten staan ons daarvoor ter beschikking. Op de grens van voorjaar en zomer 2006 heb ik gekeken, hoe een regionale krant als het Dagblad van het Noorden met dat werkwoord omgaat en hoe de uitkomst zich verhoudt met een paar andere, landelijke dagbladen. Omdat varianten als verpoost, verpoosd, verpoos veel minder voorkomen dan de volle vorm verpozen, richten we ons daar op. NRC Handelsblad en Trouw gebruiken deze vorm in een tijdvak van twaalf maanden van 2005-2006 erg weinig, namelijk achtereenvolgens drie- en viermaal. In dezelfde periode staat het
woord in De Volkskrant 13x. Het Dagblad van het Noorden komt zelfs nog iets boven dat laatste cijfer uit.
Aan verschillende zaken is te zien dat verpozen niet neutraal is. Om te beginnen is de gebruiksfrequentie gering, een verwantwoord als ontspannen treffen we bijvoorbeeld 333x aan.Wie alle vindplaatsen in
het Dagblad van het Noorden nagaat, ziet dat het woord verpozen bij sommige journalisten geregeld opduikt, wat omgekeerd betekent dat anderen zich er nimmer van bedienen. Bijzonder is verder dat de context altijd te maken heeft met vrije tijd, met name ’s zomers. En er is telkens sprake van passiviteit: mensen die zich verpozen wórden vermaakt, hun houding is bij uitstek zittend en als er al sprake is van een zekere actie dan is dat bijvoorbeeld iets als slenteren. Zich verpozen is zich láten ontspannen. Aanvankelijk betekende verpozen ‘aflossen, bij toerbeurt iets doen’, en vandaar is het maar een kleine stap naar vrije tijd, bijkomen
en ontspannen.Vondel wees al in Samson (1660) op het nut van uitrusten: “Verpoozen sterckt den geest met eenen nieuwen lust.”

Dit nieuwe boek van Anne Aalders was er niet geweest als een van de voorgangers van het Dagblad van het Noorden, het Nieuwsblad van het Noorden, niet zoveel ruimte had geboden aan meester Tilbusscher. Die verzorgde over een reeks van jaren honderden historische bijdragen die geplaatst werden in wat we nu een supplement zouden noemen of een bijlage, bekend onder de naam “Ter Verpoozing”.Maar verpozen blijkt 80 jaar later volgens het gebruik in die krant niet meer iets van de eigen omgeving of thuis te zijn; zelfs het lézen van features in een krant vraagt al te veel energie voor een passend gebruik van dit werkwoord in dit verband.
Dat is jammer, want er zit een plezierig betekenisaspect aan verpozen dat juist heel goed past bij het lezen van stukken van Tilbusscher en trouwens niet minder bij het kennis nemen van dit boek van Tilbusschers plaatsgenoot. Rottum – een onderwijzersdorp, moet de lezer wel concluderen – krijgt er een centrale plek in. Dat lijkt nu vreemd voor wie langs dit middenstandsloze steeke van drie straten rijdt, maar juist in relatie met de verdere historie van het dorp is het allerminst een gehucht. Aalders heeft naar mijn indruk zonder retenties maar met liefde en grote inzet een persoonlijk getint maar ook feitenrijk en informatief boek over Tilbusscher en over Rottum samengesteld, dat mede door enkele registers erg toegankelijk is gemaakt.
In een helder concept brengt hij structuur aan in loopbaan, leven en werk van Jacob Tilbusscher K.J. zn. Royaal kunnen we kennis nemen van Tilbusschers publicaties. Aalders geeft ons veel door, dat hij in
archieven heeft gevonden en wat hij van een reeks informanten heeft gehoord; hij is zichtbaar onderwijsman gebleven – net als de door hem bewonderde hoofdfiguur.
Langs die weg ontrukt hij een belangrijke populariseerder van de nabije geschiedenis aan de vergetelheid – wie weet bij hoevelen hij deze vonken van het verleden heeft doen overspringen, zijn jonge dorpsgenoot Jan Boer inbegrepen. Aalders zoekt op allerlei plaatsen verder. Een zinvol voorbeeld in dat verband lijkt me daarbij wat hij via Tilbusscher te zeggen heeft omtrent de wordingsgeschiedenis van het Tijdschrift Groningen en het Maandblad Groningen.
Daarvan is hij achtereenvolgens wel hoofdredacteur en gewoon redacteur geweest, maar via Aalders weten we nu dat Tilbusscher het eerste alleen in de praktijk was en het tweede feitelijk uitsluitend in theorie.
Maar in Rottum of Groningen blijven we niet: via zinvolle attentie voor de twee dochters komen we op een verrassende manier verder tot aan Haarlem en schoonzoon Kees Verwey toe. Dat geeft het boek een mooie kleur, figuurlijk en letterlijk, en het is een gelukkige greep van het bestuur van de Stichting Kees Verwey dat het aan de totstandkoming van deze publicatie daarvoor steun heeft willen geven. Het is jammer dat er ook niet zo’n apart zijlicht op de andere late schoonzoon, Evert van Dijk, geworpen kon worden. Dat had een nog
mooiere compositie op kunnen leveren dan Aalders nu al van de wereld van Tilbusscher heeft weten te maken.
De oorsprong van verpozen staat in verband met poos en pauze - verpozen heeft dus primair met tijd te  maken. Toen dochter Jantje Tilbusscher overleed, bleek zij geld nagelaten te helben voor het onderhoud
van het graf in Kantens van haar ouders, “gedurende vijftig jaar of zoveel langer als mogelijk is”. In dezelfde passage als waarin dit meegedeeld wordt, lezen we in een noot een praktisch probleem voor de uitvoering van deze testamentaire wilsbepaling: graven blijken niet altijd goed lokaliseerbaar. Daar staat dankzij Anne Aalders’ inspanningen wel iets tegenover. Hij heeft Jacob Tilbusscher K.J. zn. toegankelijker gemaakt dan welk goed onderhouden grafmonument had kunnen bewerkstelligen. Daar verpoost men hooguit even bij, maar dit kloeke boek kan niet anders zijn dan een kostbaarder en vooral langduriger eerbewijs.

Siemon Reker
Deze site is ontwikkeld door printmedia